Het komt regelmatig voor dat de politie een woning binnentreedt. Maar wat is nu de wetgeving over de woning binnentreden ? Deze blog geeft duidelijkheid in verschillende situaties.

De hoofdregel: In geval van een ontdekking op heterdaad kan iedereen ter aanhouding van de verdachte, behoudens enkele uitzonderingen, elke plaats betreden. Dus als je  over straat loopt en je ziet een tasjesroof dan kan je erachteraan rennen en bijvoorbeeld vervolgens achter de dief aan een sporthal inrennen om hem aan te houden en over te dragen aan Politie.

Dit is een openbare plek dus het is gerechtvaardigd. Een uitzondering is er echter voor een woning.

Een woning is in principe een plek waar niemand zomaar naar binnen mag. Een woning is dus de uitzondering op de hoofdregel en mag alleen worden betreden met nadrukkelijke toestemming van de bewoner. Maar wat als de bewoner geen toestemming geeft en de recherche wil wel naar binnen omdat zij vermoeden dat er 10 kilo harddrugs ligt?

Betreden woning zonder toestemming

In sommige gevallen mag de politie wel een woning binnentreden zonder dat de bewoner toestemming geeft. Dit kunnen ze onder andere doen op basis van de Opiumwet, de Wet Wapens en Munitie en het Wetboek van Strafvordering. De overige regels voor het binnentreden van een woning zijn geregeld in de Algemene Wet op het Binnentreden.

De politie kan een woning betreden zonder toestemming van de bewoner indien zij een machtiging van de officier van justitie hebben. Zonder toestemming of machtiging kan de politie de woning enkel betreden indien sprake is van ernstig of onmiddellijk gevaar van de veiligheid van personen en goederen. Een gewone burger mag dat dus niet. Ook niet in en geval van ernstig of onmiddellijk gevaar van de veiligheid van personen.

Een voorbeeld: Jouw buurvrouw wordt regelmatig door haar dronken echtgenoot vreselijk in elkaar geslagen. De kinderen ook. Jij hoort dat steeds dwars door de buren. Op een avond is het zo erg, dat je vreest voor het leven van de buurvrouw en de kinderen. Toch mag jij als gewone burger dan niet zonder toestemming van de buurman hun woning ingaan om haar te redden van huiselijk geweld. Je moet de hulpdiensten bellen en afwachten.

Als je het toch doet, de woning van de buren in lopen/de deur inslaan, om je buurvrouw te redden, dan overtreedt je dus de regels, al lijkt dat in dit geval een goede zaak.

Ingevolge art. 55 en 96 Wetboek van Strafvordering (Sv) kan de officier van justitie een woning betreden. Art. 55 Sv ziet op het betreden van een woning ter aanhouding. Als een opsporingsambtenaar een woning binnen wil treden, en hij krijgt geen toestemming van de bewoner, dan moet hij een machtiging hebben om de woning te betreden. De machtiging kan mondeling en schriftelijk (vooraf) door de Officier van Justitie gegeven worden.

Op grond van art. 96 Sv kan een opsporingsambtenaar een woning betreden ter inbeslagname. Hiervoor moet sprake zijn van heterdaad of een misdrijf als omschreven in art. 67 Sv. Dit zijn misdrijven waarvoor een bevel tot voorlopige hechtenis kan worden afgegeven, aldus zwaardere strafbare feiten. Bijvoorbeeld om de buit te zoeken van verschillende straatroven. Ook hier dient de opsporingsambtenaar een machtiging te hebben indien hij geen toestemming krijgt van de bewoner.

Een ander voorbeeld: Meneer M wordt ervan verdacht meneer D meerdere malen te hebben geslagen met een honkbalknuppel tot zwaar letsel toe. De politie wil het huis van meneer M betreden om de honkbalknuppel in beslag te nemen op grond van zware mishandeling c.q. poging doodslag. De officier van justitie geeft een machtiging af op grond van art. 96 Sv. Verbalisant T treedt het huis binnen. Na enige tijd komt hij bij een afgesloten kast. Verbalisant T besluit het slot open te breken en vindt in de kast de gezochte honkbalknuppel, deze neemt hij in beslag. Voor de rechter bepleit de advocaat van meneer M dat de honkbalknuppel onrechtmatig is verkregen. De Hoge Raad is het hier mee eens. Een machtiging tot binnentreden op grond van art. 96 Sv behelst enkel zoekend rondkijken. Alleen voor de hand liggende voorwerpen mogen in beslag worden genomen. Verdergaand onderzoek is op grond van deze wetsbepaling niet geoorloofd. (Hoge Raad, uitspraak van 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AH9998)

Nog een voorbeeld:

Op grond van art. 9 Opiumwet hebben opsporingsambtenaren toegang tot plaatsen waar een overtreding van de Opiumwet wordt gepleegd of waar redelijkerwijs vermoed kan worden dat aldaar een overtreding van de Opiumwet plaatsvindt.

Bij het Team Criminele Inlichtingen komt op een avond een anonieme tip binnen dat meneer P een hennepkwekerij in zijn huis heeft.  Het Team Criminele Inlichtingen geeft de anonieme tip door aan de politie. De politie is van mening dat de tip betrouwbaar is en besluit het huis van meneer P binnen te treden. Vooraf heeft de officier van justitie een machtiging afgegeven tot binnentreden van de woning. In de woning van meneer P vindt de politie achter een gesloten deur de hennepkwekerij. Voor de rechter betoogt de advocaat van meneer P dat er geen redelijk vermoeden van schuld was, aangezien enkel sprake was van een anonieme tip. Daarnaast betoogt de advocaat dat de opsporingsambtenaren de deur niet hadden mogen openen.

De rechter overweegt  dat vooropgesteld moet worden dat verdenking van overtreding van de Opiumwet kan worden aangenomen op basis van anoniem aan de politie verstrekte informatie. In dit geval was dus sprake van een redelijk vermoeden van schuld, waarmee het binnentreden van de woning rechtmatig was (HR 29 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8497). Daarnaast zijn de opsporingsambtenaren op grond van art. 9 Opiumwet bevoegd om een woning te doorzoeken. Dit betekend dat zij afgesloten plaatsen mogen betreden (HR 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AH9998). De advocaat van meneer P heeft het dus

Ingeval meneer P niet werd verdacht van het hebben van een hennepkwekerij in zijn huis, maar van het hebben van wapens, kan de politie op grond van  art. 49 Wet Wapens en Munitie (WWM) zijn woning betreden. Dit kan te allen tijde op plaatsen waar zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat wapens of munitie aanwezig zijn. Ook hiervoor hebben zij een machtiging nodig, indien de bewoner geen toestemming verleent. De regels zijn verder hetzelfde als bij art. 9 Opiumwet. Ook bij een anonieme melding is er sprake van een redelijk vermoeden van schuld en mogen ze naar binnen en kasten of deuren openen (Hoge Raad uitspraak van 5 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2191). Dit binnentreden van een woning en het doorzoeken ter inbeslagneming van Wapens is geregeld in art. 49 WWM.

Er zijn een aantal wetten zoals de Wet Wapens en de Opium wet die hun eigen regels kennen met betrekking tot de bevoegdheid tot het binnentreden van een woning zonder de toestemming van de bewoner.

Wat kunnen we leren uit alle voorbeelden?

Als de politie zonder jouw toestemming binnen willen komen zullen ze daarvoor een huiszoekingsbevel moeten vragen bij de officier van justitie. Hoe ze het ook vragen, beleefd of agressief, laat ze nooit binnenkomen. Vraag altijd of ze wel een huiszoekingsbevel hebben.  http://wetten.overheid.nl/BWBR0006763/2010-07-01

Share This